In deze roman komen een moeder en een dochter elkaar tegen op de Overtoom in Amsterdam. Ze hebben elkaar lang niet gezien. De moeder vertelt bijna terloops dat zij ongeneeslijk ziek is en niet lang meer heeft - op straat, nota bene. De dochter besluit bij haar moeder in te trekken.

Vervreemdende situaties ontstaan met de ex van de moeder, met de vriend van de dochter, met een kapper en met de werkgever van de moeder. Geserreerd boek met veel dialogen. Vanuit de eigenaardige moeder en de nog eigenaardigere dochter wordt alles in de tegenwoordige tijd minutieus beschreven. De dochter gaat zicht te buiten aan drank en seksuele contacten. Geheimzinnigheden uit de jeugd worden belicht. Deze ontregelende roman over vreemde personages die elkaar hebben gemist, met een knappe en onverwachte apotheose, is bijzonder sterk. Een roman die nog lang indruk zal achter laten.

Nu haar moeder dood gaat, en Coco bovendien net in een vastgelopen verhouding hangt met een oudere, dwingende man, besluit ze bij haar zieke moeder in te trekken om voor haar te zorgen. Dat is wat een dochter hoort te doen, en wat een moeder hoort te verwelkomen, maar bij Elizabeth en Coco heeft deze mantelzorg iets tegennatuurlijks (Jann Ruyters, Trouw, artikel Moeder wil geen mantelzorg, 10-11-12)